Fleur #05 - Nee, ik wil geen kinderen. Echt niet

Het is begonnen. Of beter gezegd, het is afgelopen: al die spontane borrels, feestjes tot diep in de nacht en gesprekken die niet a) onderbroken worden door een krijsende huilbaby, b) binnen no time gaan over dat die kleine Sem al 'blubu' kan zeggen of c) de vraag ‘En, wanneer beginnen jullie’ bevatten. Kortom: mijn vrienden willen gaan baren. Best een shock voor iemand wiens moedergevoelens zich beperken tot een fles Chardonnay (‘Kom maar, mama neemt nog één slokje’). Die wens om me toch vooral niet voort te planten heb ik al zolang ik me kan herinneren. Ik bedoel, ik vond kinderen niet eens leuk toen ik er zelf nog een was. No biggie als je jong bent, nog studeert en een heel leven vol voortplantingskansen voor je hebt, maar nu mijn omgeving aan kinderen begint, is het ineens onderwerp van discussie. Hevige discussie. Want hoe harder ik zeg dat ik echt geen kinderen wil, hoe meer ik te horen krijg ‘dat het echt nog wel komt’, of dat ik ‘vanzelf overstag ga’ als ik ‘die heerlijke babygeur’ eenmaal heb geroken. Of mensen vragen zich af of er iets fysieks aan de hand is - ben ik misschien onvruchtbaar? Of heb ik een enge erfelijke ziekte die ik niet door wil geven? Nee, dus. Nog los van het feit dat ik liever op wereldreis ga, mijn fijne appartement in Amsterdam niet wil opgeven en mijn verantwoordelijkheidsgevoel niet veel verder reikt dan af en toe in paniek omhoog schieten omdat ik de vissen al een week niet heb gevoerd, vind ik kinderen simpelweg niet leuk. Ik weet niet wat ik tegen ze moet zeggen en zij niet tegen mij, ik vind vrijwel alle kinderen ontzettend egoïstisch (en ze nemen trouwens ook) - en ik ben nog nooit ontroerd geweest door Youtubefilmpjes met titels als ‘This little boy crying to a sad song is the sweetest thing you’ll ever see’. Zelfs niet als ik ongesteld was en een halve fles wijn achter de kiezen had. En dus krijg ik iedere keer een paniekaanval als het zoveelste bevriende stel voorzichtig oppert dat ze aan het voortplantingscircus willen beginnen. Ik kan nu al wakker liggen als ik denk aan het moment waarop mijn beste vriendin me vertelt dat ze in verwachting is. Hoe moet ik daar in godsnaam op reageren? ‘Wat leuk voor je, heb je al een naam en trouwens, ik kan de komende tien jaar geen enkel weekend oppassen?’ Sorry, maar ik kijk er niet bepaald naar uit dat de babyfoon naast de fles wodka op tafel komt te staan op zaterdagavond. Of dat je aan de telefoon afwezig mompelt: ‘Mmm, ja, vervelend dat je zo lang moet wachten op de uitslag van je soatest na je vakantie met Jorge, Pedro en Alessandro‘, terwijl ik je tussendoor duidelijk slaap kindje slaap hoor neuriën. Maar dat zal ik nooit tegen je zeggen. Ik zal nooit aan je vragen waarom je in godsnaam besloten hebt een alien in je buik te laten groeien, waarom je al je vrijheid opgeeft, of dat je vast nog wel van gedachten verandert als je er eens goed over nadenkt wat het betekent om kinderen te nemen. Dus zullen we dat andersom ook afspreken? Dat jullie ophouden met vragen wanneer Y. en ik aan kids beginnen? Dat er ‘vanzelf een moment komt’ waarop ik talloze slapeloze nachten, volgepoepte luiers en lekkende melktieten over heb voor een eigen mensje? Stop ik met kinderen steevast aanduiden als addergebroed. Is voor ons allemaal een stuk gezelliger, toch?  
  Tekst: Fleur Willemsen Hoi! Ik ben Fleur en ik schrijf. Voor Mañana Mañana ga ik iedere maand met de billen bloot over, jawel, het twintigersdillema. Want is dit het nou? Krijg ik ooit een echte, vaste baan? En ben ik een alcoholist omdat ik al die zorgen maar al te graag laat verdwijnen met een paar (oké, acht) glazen wijn?  Heb jij ideeën voor Mañana Mañana of zijn er onderwerpen die je graag terug zou willen zien? Laat het ons hieronder weten!